Doe toch eens normaal

Doe toch eens normaal

Nederland, Winschoten, 28-04-'09; Winkelend publiek in de Langestraat. Winkelen winkels winkel shoppen. Foto: Kees van de Veen

Ik loop in de stad en zie een mevrouw met twee jongetjes lopen. Ze lopen een kledingwinkel binnen. De mevrouw blijkt de moeder. De jongste schat ik vijf jaar. Ze tracht dit manneke een shirt aan te passen. Hij heeft blijkbaar andere plannen en heeft totaal geen zin in het passen van kleding en laat zichzelf steeds slap vallen. Het winkelpersoneel heeft het straks makkelijk want hij dweilt naar hartenlust over de vloer. Dat plekje kan men straks overslaan.

Bij de moeder neemt na een aantal pogingen hem te motiveren de irritatie toe. Ten leste moede roept ze hem toe: “Doe nou toch eens normaal”. Herkenbaar? Heel eerlijk? Ik blijk ook gewoon moeder te zijn en betrap mezelf er ook nog wel eens op dat ik dit roep tegen mijn kinderen.

Normaal doen. Wat is dat dan? Welke vorm vraag ik dan? Welk gedrag wens ik?
Ik ben erachter dat je mag benoemen wat je graag zou willen van je kind op dat moment. Het jongetje dweilt op de vloer en je wilt dat hij mee werkt om het shirt te passen.

Dus je kunt zeggen: “Ik wil dat je nu even meewerkt om het shirt te passen”. “Dat” wat je wilt, duidelijk aangeven is effectiever dan roepen: “Doe toch eens normaal”.

Resultaten uit het verleden bieden geen directe garanties voor de toekomst en ik ga nu niet beloven dat kinderen direct je vraag inwilligen, maar het is in ieder geval helder wat jij van ze wilt.

Verder blijft opvoeden, wat mij betreft, inventief en creatief zijn en je vooral niet altijd normaal gedragen!