Vrij spelen

Het belang van vrij spelen wordt onderschat door ouders, waarschuwt de Amerikaanse psycholoog Peter Gray. ‘Ouders die er steeds bovenop zitten, doen hun kind tekort.’ Vaders en moeders die meevoetballen, klimmen en in de zandbak spelen, geweldig toch? “Nee”, zegt psycholoog Peter Gray, hoogleraar psychologie aan het Amerikaanse Boston College. “Ouders moeten hun kinderen veel meer zelf laten aanmodderen”, schrijft hij in zijn nieuwste boek ‘Free to learn’.”

We ontnemen kinderen de kans om zichzelf en de wereld te ontdekken”, zegt hoogleraar pedagogiek en lector Early Childhood Sieneke Goorhuis. Ze deelt de mening van Gray dat ouders vergeten zijn hoe belangrijk het is om kinderen vrij te laten spelen. “Dat is wezenlijk anders dan spel, waarbij ouders een kind stimuleren, sturen of corrigeren”, zegt ze. Vrij spel gaat helemaal van kinderen zelf uit. “Kinderen hebben dat nodig om hun innerlijke kompas te ontwikkelen. Ervaren dat ze zelf iets kunnen oplossen vergroot hun creativiteit en zelfvertrouwen. Fantasiespel leert ze om ervaringen te verwerken en emoties te uiten. Door spannend buitenspel leren ze samenwerken en grenzen verleggen”. Goorhuis: “In vrij spel oefenen kinderen constant met sociaal gedrag. Als ze niet eerlijk of bazig zijn, corrigeren andere kinderen dat. Door het hardop te zeggen of een volgende keer niet meer mee te spelen.”

Prachtig dat kinderen in een veilige omgeving kunnen ‘oefenen’ zodat ze later in ‘het echie’ de spel regels van het leven een beetje snappen. Je hoeft geen studie gevolgd te hebben om te begrijpen dat overmatig meebewegen met een kind tot effect kan hebben dat het kind het idee krijgt dat de wereld om hem draait in de plaats van de wereld om de zon.

Als therapeut maak ik redelijk vaak mee in sessies, dat ouders weerstand geven als ik wat ‘regels en kaders’ aanreik om negatief gedrag te beïnvloeden. Het verweer is; “hij is nog zo klein, het kan toch nog geen kwaad”. Tja, dat Thijs op zesjarige leeftijd chronisch zijn eigen zin doordraaft en zonder een krimp te geven zijn zus hier voor inzet kan zeker kwaad. Nu valt het nog mee, en is hij vooral een lieve kleine en ondeugende snuit die goed weet wat hij wil. En dat hij daar vol voor gaat is een kwaliteit, daar valt niet over te twisten. En wat als Thijs zestien is en met ruim 1.80 meter voor je neus staat en wederom zijn zin wil doordrijven? Is het dan nog steeds een ‘ondeugende snuit’ of een brutale puber?

Ik ben zelf in het “bezit” van drie kinderen met op dit moment de leeftijden van eenentwintig jaar (Dorien), zeventien jaar (Daan) en zestien jaar (Lucas). Als je drie kinderen opvoed en daarnaast nog wat ambitie hebt en er grotendeels alleen voor staat, blijft er weinig ‘meespeel tijd’ over. Buiten het feit dat ik mijn handenvol had, en heb, aan het runnen van een huishouden en een eigen bedrijf als alleenstaande moeder, heb ik zelden moraal gehad om mij op het klimrek tussen de kinders in de speeltuin te storten. Deze momenten van vrijheid benutte ik om even zorgeloos te lezen in een boek die al veel te lang op mijn nachtkastje lag. Ik kan, zo lees ik in het artikel, met een gerust hart terug kijken op mijn egocentrisch insteek en dit blijkt ook nog een zeer verantwoorde keuze geweest te zijn.

Misschien is mijn egocentrische insteek wel de ‘oorzaak’ dat de kinderen zeer zelfredzaam zijn en zich prima kunnen redden in ‘het echie’!