Wat wil je lieverd?

Wat wil je lieverd?

Minister Gerda Verburg riep vorig jaar de supermarkten op geen verleidelijk snoep meer bij de kassa’s uit te stallen om overgewicht bij kinderen tegen te gaan. En minister Plasterk meldde in januari dat kinderen in de opvoeding beter moeten leren wat wel en niet mag. Ouders hebben blijkbaar moeite om hun jengelende kind nee te verkopen. Een zorgelijke ontwikkeling?

Voor de lieve vrede? Ouders waren vroeger strenger. Grootouders konden dan bij een bezoek of logeerpartijtje de kleinkinderen eens lekker verwennen. Nu hebben kinderen al alles en mogen thuis doen wat ze willen. Ze worden – uitzonderingen daargelaten – het hele jaar door verwend. De kassa is niet de enige plek waar je geregeld kunt zien dat ouders kopen wat het kind wil. Ook al zegt ma of pa eerst nee, kinderen weten dat een beetje drammen, een keel opzetten, of het gewenste artikel alvast pakken en in de kar gooien, meestal helpt. Ouders zie je dan enigszins beschaamd om zich heen kijken of iemand het gezien heeft.

Voorop gesteld we willen allemaal graag ons kind goed opvoeden en onze omgeving laten zien dat we hier toe in staat zijn. Het goed doen voor het kind lijkt het uitgangspunt te worden in de opvoeding. “Wat wil je lieverd” is een vraag die al veelvoudig gesteld wordt aan peuters en met het antwoord gaan ouders serieus aan de slag. Het is dan ook niet geheel vreemd als je “iets” vraagt aan een kind van vijf dat het roept dat wil ik niet!! Er wordt toch immers rekening met deze kleine snuit gehouden?

Voorbeeld: niet moeder of vader bepaalt wat er gegeten wordt, maar het kind. “Wat wil je vandaag eten schatje? Zeg het maar. Wil je pasta met gehaktballetjes of uit eten naar de pizzeria?” Zelf kiezen wat er gegeten werd was ooit voorbehouden aan een jarig kind, en dat zelfs in lang niet elk gezin. Nu lijkt het kind vaker dan een maal per jaar jarig en wordt overladen met snoep, eenzijdig, ongezond, dikmakend eten en cadeautjes. Ouders zijn bang voor hun eigen kinderen en gaan noodzakelijke confrontaties uit de weg. En de valkuil bij gescheiden ouders die het kind een maal in de veertien dagen zien en er een “feestje” van willen maken kan dit aanpassen aan het kind een patroon worden.

Zeg ja tegen nee!
Kinderen die behoren tot deze ‘applaus-generatie’ mogen en hebben alles. Misschien moeten we ons zorgen maken, want hoe leren kinderen gezond eten, hoe leren ze later omgaan met situaties waarin je NEE te horen krijgt, bijvoorbeeld bij een sollicitatie of ontslag. Hoe leren ze teleurstellingen of afwijzingen verwerken? Ze zijn immers gewend dat de omgeving zich aan hun aanpast het kind hoeft zich niet te verplaatsen. de omgeving verplaatst zich naar het kind.

Ieder kind is gebaat bij helderheid, structuur en regels, dit geeft veiligheid. Het is heerlijk voor een kind dat hij weet waar hij aan toe is. Voorbeeld: een moeder doet met haar twee kinderen van drie en vijf boodschappen, de oudste pakt een pot jam en rent naar zijn mama en roept die wil ik voor op mijn brood mama! Zijn mama corrigeert hem en zegt je mag vragen of je jam mag in plaats van “die wil ik” en nee de jam gaat terug de schap in waar je deze vandaan hebt gehaald. Het kereltje maakt rechtsom keer en zet de jam terug op zijn plaats.

Schoolpsycholoog Willem de Jong schreef er een boek over: Het verwende kind-syndroom. Hij stelt dat deze ouders de gezonde ontwikkeling van hun kind belemmeren en dat dit kan leiden tot ernstige gedragsproblemen. Kinderen gaan zich gedragen als kleine prinsen en prinsessen.

Gelukkig kunnen prinsen en prinsessen ook leuke mensen worden als we helder naar ons eigen gedrag mogen kijken als ouders. Waar gaan we “misschien” toch net dat stapje te ver in het vragen en afstemmen naar ons kind toe. En helpen we het kind daar uiteindelijk echt mee wordt het daar een leuker en gelukkiger mens van? Die vraag kan niemand beantwoorden, we kunnen wel bedenken dat van regels en structuur en af en toe de handen uit de mouwen steken nog nooit iemand slechter is geworden.